

Nordip is een Marokkaanse jongen waar werkelijk niemand bezwaar tegen zou kunnen hebben: zijn Nederlands is smetteloos, hij heeft een prachtige eindlijst van de middelbare school en hij weet van aanpakken. Dat laatste kan ikzelf niet eens beweren...
Zijn vader is dan ook apetrots op hem: hij hoopt dat Nordip het verder zal brengen dan eigenaar van een buurtwinkel en eist dan ook dat hij arts wordt.
Dat ziet Nordip (Mounir Valentyn, die hier zijn eerste hoofdrol speelt) zelf alleen niet zo zitten. Zijn vader heeft nu wel lang genoeg aan zijn hoofd gezeurd en om redenen die ik eerlijk gezegd een beetje heb gemist verzint Nordip een smoes over een bijbaantje in een bibliotheek en gaat hij in werkelijkheid werken in de spoelkeuken van restaurant De Blauwe Gier. En die Blauwe Gier, dat zie je op je klompen aankomen, is in feite een weergave van de Van Der Valk-keten. Het is een familiebedrijf dat zich heeft gespecialiseerd in de niet zo haute cuisine, dat werkt met de allergoedkoopste krachten en dat het met zaken als de Arbowet en verblijfsvergunningen niet zo nauw neemt. Linda van Dyck speelt Nina Meerman, de directrice. Haar motto is volgens de persmap: 'Slecht vlees is goed vlees als er maar een sausje overheen zit.'
Nu hebben Nederlandse filmmakers nogal eens de neiging om onsmakelijke scènes met eten in te voegen, al dan niet voor de grap. Van een film met een titel en uitgangspunt als deze verwacht je dan ook het ergste en aangezien ikzelf voor een goede schnitzel graag een kilometertje omrijd, had ik aanvankelijk zelfs het idee om maar niet te gaan kijken!
Gelukkig ben ik toch gegaan, want niet alleen viel het nogal mee met de onsmakelijke grappen maar ik heb ook een hele aardige Nederlandse comedy gezien. Het belangrijkste thema daarin is echter niet de bedrijfscultuur van De Blauwe Gier, maar een klassiek verhaaltje over een jongen en een meisje (in dit geval Nordip en de blonde serveerster Agnes, gespeeld door Bracha van Doesburg) die elkaar wel zien zitten maar waarvoor een heleboel redenen zijn te bedenken om er geen werk van te maken. Als het toch tot zoenen komt, kost dit Nordip zelfs zijn baan! Daarnaast heeft het verhaal een aantal aardige subplotjes en afleidingen, zoals bijvoorbeeld het lesje dat souschef Sander (een geweldige rol van Micha Hulshof als een zeer herkenbaar type) leert over het omgaan met mensen.
Het Schnitzelparadijs is min of meer de opvolger van Shouf Shouf Habibi, een heerlijke comedy waarin jonge Marokkanen de hoofdrol spelen en Nederlanders min of meer als de boeven figureren. Overigens gingen in Shouf Shouf ook alle minpuntjes van Marokkanen over de hekel en hoewel dat laatste in het Schnitzelparadijs ietsje minder nadruk krijgt, bevat deze film ook weer heel wat zelfspot. Met name Nordips hufterige broer en de keukenhulpjes Amimoen en Mo zijn wat dat betreft schoolvoorbeelden van stereotype, luie (en grappige) Moccro's. Zoals ik in mijn review van Shouf Shouf Habibi al zei: kom daar niet bij mij over zeiken, ik vind het alleen maar leuk. Het is trouwens ook een oeroude truuk: haal jezelf onderuit voor een ander het doet.
Het Schnitzelparadijs, onder regie van Martin Koolhoven (die kennelijk het boekje 'Hoe maak ik het de bioscoopbezoeker naar de zin?' eindelijk eens heeft doorgelezen, getuige ook zijn geweldige kinderfilm Knetter), is een energieke en soms heerlijk botte comedy geworden. De relatie- en cultuurproblemen worden nergens te zwaar (sterker nog, van enige diepgang is echt totaal geen sprake), ik had na afloop mijn eetlust nog én ik heb vaak en hard gelachen. Bovendien bewijst Het Schnitzelparadijs maar weer eens dat de kracht van een film niet in het budget, niet in de bekende namen en niet in dure speciale effecten zit, maar gewoon in een sterk verhaal. Wat wil een mens nog meer?
Score: 8/10
Martijn Warnas