

Dit is een Belgische film, grotendeels Vlaams gesproken en voor het Nederlandse publiek netjes ondertiteld. En hij is goed. Heel erg goed. Misselijkmakend goed. Ik heb het niet zo op Belgen, eerlijk gezegd. Da's trouwens pure jaloezie: ze maken ons altijd af in 'Tien Voor Taal' en nu blijken ze ook al betere films te maken. Goed, zelfs in Mongolïe maken ze betere films dan wij, maar ik had altijd het idee dat de Belgen er óók problemen mee hadden. (En dat dachten ze zelf ook, bleek mij nadat ik wat Belgische reviews had doorgenomen.) Wel, hier kan dat land minstens een jaar op teren.
Eric Vincke is Commissaris bij de Gerechtelijke Politie. Die rang betekent in België wat anders dan in Nederland, want in feite is hij gewoon rechercheur. De Gerechtelijke Politie is ook iets anders dan de Rijkswacht, want België kent een aantal politiediensten die elkaar het licht in de ogen niet gunnen. Ook dat komt in deze film uitgebreid ter sprake.
Samen met zijn assistent Verstuyft wordt Vincke op een moordzaak gezet, als het verkoolde lijk van een gezochte moordenaar wordt aangetroffen in een geblakerd wrak, ergens in een parkeergarage. Het heeft allemaal ook nog eens te maken met een onderzoek naar kindermisbruik waar Vincke aan werkt. Vincke en Verstuyft zijn een aardig duo, waarbij Vincke de bedachtzame is en Verstuyft het liever wat voortvarender aanpakt. Dat leidt uiteindelijk ook tot een ruzie tussen die twee, plus een enigszins clichématige maar wel weer mooi uitgewerkte scéne waarbij de een het leven van de ander in zijn handen heeft, maar ondertussen voor een moeilijke keuze staat.
Angelo Ledda is huurmoordenaar van beroep. Da's mooi werk: op één klus kun je maanden voort. Je moet alleen wel scherp blijven en dat wordt een probleem voor Ledda, bij wie de ziekte van Alzheimer is geconstateerd. Hij neemt evenzogoed nog steeds klusjes aan, want hij doet het werk al jaren (Ledda wordt gespeeld door Jan Decleir, een acteur van achterin de vijftig) en hij is er goed in.
Zelfs moordenaars hebben echter zo hun principes en als Ledda op pad gaat om iemand af te maken, komt hij er net op tijd achter dat het slachtoffer nog maar een kind is. Dat gaat hem te ver en hij meldt zijn contactpersoon dat hij aan zulke klusjes niet mee wenst te werken. Maar ja, in dat milieu wordt een eigen mening niet gewaardeerd en vanaf dat moment moet Ledda voortdurend over zijn schouder kijken. Wetend dat hij, mede gezien zijn steeds erger wordende dementie, zich niet druk hoeft te maken om zijn toekomst, gaat Ledda de politie een beetje helpen en nog wat oude rekeningen vereffenen. En zo ontstaat een kat en muis spel tussen verschillende partijen, wat al met al een spannende policier oplevert, die niet alleen bijzonder goed gespeeld wordt maar er ook nog eens uitermate sfeervol uit ziet. Met name de finale mag er zijn, als de oude vos Ledda zijn complete trukendoos leeghaalt om maar zo lang mogelijk te overleven en zodoende Vincke nog wat aanwijzingen te verschaffen. Daarbij komt ook nog een hele lading corruptie boven tafel, zowel binnen als buiten de diverse politiekorpsen. Maar ja, daar is het België voor. Wij hadden dan wel die bouwfraude, maar wat sjoemelen betreft blijven onze Zuiderburen natuurlijk de echte grootmeesters en daarmee kun je een verhaal aardig wat onverwachte bochten laten nemen. Dat houdt de spanning er ook lekker in.
De film speelt overigens in 1995, wat voor een aantal grappige chronologische foutjes zorgt. USB-stekkers en moderne mobiele telefoons, bijvoorbeeld. Geeft niks, want een seconde later zit je alweer in het verhaal. Dat is overigens gebaseerd op een boek van Jef Geeraerts, hoewel filmliefhebbers misschien ook aan Memento zullen denken. Ook die film ging over een man met geheugenproblemen (en Ledda maakt ook veel notities op zijn arm), maar van jatwerk zou ik zeker niet willen spreken. Hooguit van een inspiratiebron, maar dat mag toch?
Score: 8,5/10
Martijn Warnas