

Als Stephen Fry een boek uitkiest om te verfilmen, dat vervolgens zelf bewerkt en daarna tekent voor de regie én de productie, dan schept dat verwachtingen. Hoge verwachtingen. Het woord geniaal wordt vaak onterecht gebruikt, maar de licht excentrieke Fry (die ooit een paar dagen spoorloos verdween en toen in verwarde toestand in België werd aangetroffen) is geniaal als acteur, schrijver én als komiek. Kortom, ik was er helemaal klaar voor!
De film is dus gebaseerd op het boek 'Vile Bodies' van Evelyn Waugh, die het schreef in de jaren '30 van de vorige eeuw. De critici waren niet onder de indruk: ze vonden het een onsamenhangend geheel van ongeloofwaardige sketches over de upper class. Waugh, die daar zelf niet toe behoorde maar er wel geregeld mee omging, wilde de jetset van toen eens flink in de maling nemen. Achteraf gaf hij toe dat het hem inderdaad niet erg goed gelukt was. En dat is dan het boek waarmee Fry aan de slag ging…
Je zult wel omvallen van verbazing als ik over deze verfilming zeg dat het een onsamenhangend geheel is van ongeloofwaardige sketches over de upper class… Fry heeft er duidelijk geen lijn in weten te krijgen. Het is bijzonder moeilijk om uit te vogelen wat bij het verhaal hoort en wat alleen maar details zijn, wie je in de gaten moet houden en wie je kunt vergeten. (Verwar deze film overigens niet met de briljante thriller Dirty Pretty Things. Die heeft dat niet verdiend!)
De hoofdfiguur is Adam Symes, een jongeman van goede komaf, die van een uitgever het formidabele bedrag van 100 pond heeft gekregen als voorschot op een boek. Helaas voor hem wordt het manuscript in beslag genomen als hij de douane passeert. Een boek opnieuw schrijven is geen leuk klusje, maar je moet toch wat en een fatsoenlijke baan zoeken is gewoon geen optie in de kringen waarin Adam zich beweegt. Het idee komt geen seconde bij hem op.
Door een mazzeltje wint hij echter heel snel 1000 pond van een rijke gokverslaafde, maar in een aanval van hebberigheid geeft hij het meteen weer mee aan een onbekende die beweert het namens hem in te zetten op een heel betrouwbaar renpaard.
Adam is verloofd met Nina, die samen met Adam en nog wat vrienden vrijwel elke avond op een of ander feestje te vinden is. Hoe decadenter die feesten, hoe beter. Een snuifje heroïne is wel het minste, om de boel echt aan de gang te krijgen.
Die feesten worden nauwlettend in de gaten gehouden door een geheimzinnige columnist, Mr. Chatterbox. Zijn nogal overdreven stukken over de extravagante bezigheden van de High Society zijn erg populair bij het grote publiek. Adam komt er overigens maar zelden in voor, al is hij meestal wel aanwezig bij de dingen die beschreven worden. Maar als Mr. Chatterbox opeens vervangen moet worden, komt dit baantje bij Adam terecht. En zo moet Adam dus opeens kritisch de dingen beschrijven waar hij tot dat moment steeds aan mee deed.
Ha, denkt u nu! Dus dat is het! En zo leert Adam hoe decadent hij eigenlijk is! Welnee… Adam vindt het baantje niet erg leuk, maar het wordt hem aangesmeerd door dezelfde uitgever waar hij ooit dat boek aan zou leveren. En om het zichzelf makkelijk te maken, besluit Adam om voornamelijk over fictieve mensen te vertellen: die kunnen dan ook geen klachtenbrieven schrijven. Denk dus niet dat hier het zwaartepunt van de film ligt, want deze film hééft helemaal geen zwaartepunt.
"Wordt het dan nog wat?", denkt u nu misschien. Nee. Ik zou nog bladzijden kunnen vullen met dit soort geneuzel over Adam's handel en wandel, maar interessant wordt het nergens. En ondertussen gaat dat gelul van die vrienden maar door.
Ik heb nog gezocht naar een stukje dialoog om te illustreren wat ik bedoel. Helaas blijkt niemand er stukken tekst in te hebben gevonden die de moeite van het overtikken waard zijn, dus verzin ik zelf maar wat in de juiste stijl:
"Would you like another spot of absinth, Darling? Only it's such a boring party, I wish I were dead. Look here, it's Harry Faversham-Smythe, that old lech! On my soul, is he carrying some grammophone records? Why I dare say he does! Shall we ask him to play them? Oh do let's! It would be ever so wonderful!"
En dat dan 106 minuten lang. Zitten er grapjes in? Nee, geen enkel noemenswaardig grapje. (Nou Ja, Dan Akroyd speelt een grappig bedoelde Amerikaanse uitgever. Die man lijkt de laatste jaren zijn levenswerk te maken van zulke types. Ik hoop dat er ooit een Oscar komt voor beste vertolking van luidruchtige Amerikaanse miljonairs en dat ze er dan zijn schedel mee in rammen. Bah.)
Terug naar de film: is het op een of andere manier symbolisch? Nee, totaal niet. Is het dan leuk om te zien? Ja hoor, ongeveer een minuut of tien. Daarna wordt het rap minder. Pas in de laatste 15 minuten van het verhaal wordt de toon wat serieuzer en wordt het zowaar nog (een beetje) interessant, als er wat verhaallijnen samenkomen en een paar karakters opeens ophouden met het vieren van domme feestjes en echte problemen te verwerken krijgen. Helaas is het dan al veel te laat: het voelt erg geforceerd (en goedkoop) en het is in elk geval het uitzitten van die film niet waard. En dan doen er ook nog eens heel wat grote namen mee, zoals Jim Broadbent, Peter O' Toole en Richard E. Grant. Helaas worden die gebruikt voor kleinere rolletjes, want Adam en zijn vrienden worden gespeeld door jonge, vrijwel onbekende acteurs.
Het beste paard struikelt wel eens. Ik heb Stephen Fry nog lang niet afgeschreven. Probeer zijn boek 'Paperweight' eens te pakken te krijgen als je van columns houdt: betere zijn er zelden geschreven. Zijn vertolking van Oscar Wilde (in 'Wilde' uit 1997) wordt waarschijnlijk nooit meer overtroffen. De videotapes van de comedyserie 'A Bit Of Fry And Laurie' zijn het eerste wat ik uit een brandend huis zal redden. En dan vergeet ik nog bijna zijn geweldige rol als de krankzinnige generaal Melchett in Blackadder, waarvan de meeste mensen hem in Nederland zullen kennen. En nu ik toch zo lekker bezig ben mijn kennis over Stephen Fry te etaleren: in de serie Jeeves en Wooster was hij ook geweldig. Bovendien behandelde die vrijwel hetzelfde thema (Fry speelde de verstandige butler van een upper class losbol) maar daar was het wél grappig.
Bright Young Things is daarentegen gewoon een compleet uit de hand gelopen liefhebberijtje, waar we het voortaan maar niet meer over moeten hebben. De boeken van Evelyn Waugh hebben nu eenmaal een magische aantrekkingskracht op homoseksuelen, zeg maar zoals Science Fiction heeft op dikzakken. Steven Soderbergh had Full Frontal, Scorcese had Gangs Of New York, en Stephen heeft dit. Kan gebeuren. Maar nu ook nooit meer doen, Mr. Fry. Such an awful bore, you know.
Score: 3/10
Martijn Warnas