

Nu is het voor een biopic helemaal niet zo erg als je de 'echte' hoofdrolspeler niet kent: je raakt niet afgeleid door het uiterlijk, je hebt geen vooroordelen over wat er wel en niet in het verhaal zou moeten en de feiten zijn achteraf net zo goed te controleren. Weliswaar is dit soort films bij uitstek interessant voor fans, maar laten we niet vergeten dat dit geen documentaire is. Ik vertel je dus het verhaal van de film en als je het beter meent te weten: fijn voor je.
Johnny Cash wordt geboren als zoon van een arm keuterboertje, een hardvochtige man (Robert Patrick) die met zijn gezin een paar velden met katoen verbouwt. Johnny heeft een oudere broer waar hij erg tegen op kijkt. Vissen met Jack is voor hem dan ook het leukste wat er is.
Helaas krijgt Jack een ongeluk, iets waar zijn vader John verantwoordelijk voor houdt. 'God heeft de verkeerde zoon genomen,' zegt de man letterlijk. Zulke opmerkingen kweken rebelse types, dat snap je. John weet dan ook niet hoe snel hij zich bij die plantage uit de voeten moet maken en neemt dienst bij de luchtmacht. (Daar krijgt hij ook de naam John: zijn ouders gaven hem als naam enkel de initialen J.R. maar daar kon de bureaucratie van het leger niet mee overweg.)
Tijdens zijn stationering in Duitsland heeft hij tijd zat om te oefenen met gitaarspelen en daar ontstaan ook de ruwe versies van een paar liedjes waarmee hij later beroemd zou worden. Akkoord, niet zo beroemd dat ik van 'm gehoord heb, maar jij mag daar pas wat over zeggen als je nu meteen een stukje uit Der Zauberflöte kunt neuriën. Kom dan? Vier maten, da's genoeg. Nee? Dacht ik al. Ieder zijn hobby en nu houden we er over op, okay?
Terug in Amerika trouwt John met zijn eerste liefde Carrie. Ze vestigen zich in Memphis en overdag probeert Johnny iets te verdienen als huis-aan-huis verkoper. Ook begint hij met twee vrienden een band, maar aangezien hij van huis uit weinig meer kent dan brave gospelsongs loopt zijn eerste auditie ook niet zo soepel. Pas als de opnameleider hem aanspoort eens iets pittigs te zingen en John een zelfgeschreven nummer laat horen, begint hij te snappen wat er eigenlijk in hem zit.
Daarna gaat het snel met zijn carrière: samen met beginnende artiesten zoals Elvis Presley, Jerry Lee Lewis en ene June Carter wordt hij door zijn platenlabel op de ene na de andere tournee gestuurd. Voor zijn huwelijk is dat niet zo best, temeer daar artiesten ook best een borreltje lusten. En mocht die borrel niet genoeg zijn, dan was er ook altijd wel een pilletje of een poedertje waarmee je fluitend het volgende optreden haalde. Johnny kon daar geen nee tegen zeggen en zo begon zijn verslaving aan speed.
June Carter is een verhaal apart: ze is eigenlijk meer comédienne dan zangeres, komt uit een heel braaf gezin en ze doet niet mee aan al het zuipen en snuiven. Langzaam maar zeker wordt Cash verliefd op haar, maar aangezien ze allebei getrouwd zijn wil June daar niks van weten. Wel kunnen ze uitstekend samenwerken, iets waar Carrie Cash niet erg van gediend is. Kortom, met de carrière van Cash gaat het uitstekend maar met zijn privé-leven is een hoop mis.
Zowel Johnny Cash als June Carter overleden voordat de opnames begonnen. In het geval van June was het zelfs zo kort vantevoren dat Witherspoon als onderdeel van haar research nog even in haar kast heeft kunnen rondkijken. Cash heeft het daarna nog drie maanden uitgehouden maar overleed toen ook, in 2003. Hoewel ik dus niet echt kan vergelijken, zet Joaquin Phoenix een heel indrukwekkend personage neer. Hij speelt en zingt live, net als Witherspoon trouwens: die leerde speciaal voor deze film zelfs de Zither bespelen, een soort miniharp. Alle highlights uit Cash's carrière komen voorbij, waaronder natuurlijk Ring Of Fire, Bitter Tears en het lied dat hem het stoere imago van een ex-gevangene gaf (hoewel hij alles bij elkaar hooguit een paar dagen in een politiecel heeft gezeten), Folsom Prison Blues. Hoewel de echte Johnny en June het eindresultaat niet hebben gezien, is het script wel in nauwe samenwerking met hen tot stand gekomen. Over de feiten hoeft niemand het dus te hebben. Persoonlijk vond ik 136 minuten wel een hele lange zit, maar zelfs ik zat in spanning over de vraag of die twee elkaar uiteindelijk zouden krijgen. (En ik wist het dus echt niet, voor hetzelfde geld loopt er opeens een onder een bus.) Daarnaast heb ik het gevoel dat hier een belangrijk maar mij tot dusverre onbekend stukje muziekgeschiedenis is vastgelegd. Dat wordt dus een vette voldoende. Doet u mij ook meteen de soundtrack maar.
Score: 8/10
Martijn Warnas