

In Two For The Money is hij een man met een bijzonder beroep. Dat zijn vaak de leukste films. Denk aan Pushing Tin (luchtverkeersleiders), Glengarry Glen Ross (over makelaars, ook met Pacino) of Bad Santa (dieven die zich voordoen als de Kerstman en een elf).
Deze keer speelt Pacino ene Walter Abrams. Zijn bedrijfje zit in een heel bijzondere branche: hij adviseert gokkers. Hij exploiteert telefoonlijnen waar je persoonlijk advies kunt krijgen als je van plan bent te wedden op sportwedstrijden. Het goedkoopste advies staat op een bandje, maar je kunt ook met een persoonlijk adviseur spreken. Als je wint betaal je 10 procent commissie. Als je verliest heb je pech. Zo simpel is dat.
Brandon Lang was hard op weg een beroemd atleet te worden, tot een knieblessure hem permanent uit roulatie haalde. Hij vond een lullig baantje bij een bedrijf dat allerlei informatienummers exploiteert en mag uiteindelijk de sportlijn gaan inspreken. Zijn voorspellingen zijn best goed en op een dag krijgt hij een telefoontje van Walter, die hem met geld en mooie voorstellen overhaalt om naar New York te komen en voor hem zo'n lijn te komen inspreken. Brandon stemt toe en raakt al snel onder de indruk van Walter, een man die de zaken groots aanpakt. Na een paar weken bandjes inspreken wordt Brandon gepromoveerd naar de afdeling persoonlijke verkoop. Onder begeleiding van Walter, die zelfs een eigen TV-show heeft om zijn goklijn mee te promoten, verandert hij van een vriendelijke gozer in een keiharde verkoper. Bovendien worden zijn voorspellingen steeds nauwkeuriger en op een bepaald moment weet hij zelfs 85% van alle wedstrijden juist te voorspellen! Maar dan krijgt hij door hoeveel invloed Walter eigenlijk op hem heeft...
Ik heb nog niet de helft van het verhaal verteld, want dat zou zonde zijn. Misschien denk je nu dat dit wel een beetje boel op The Devil's Advocate lijkt, waar Keanu Reeves een soortgelijke verstandhouding met Pacino had. Goed gezien hoor, maar is dat echt heel erg? Deze keer heeft de duivel er in elk geval niks mee te maken en uitslagen van gokwedstrijden zijn ook een stuk tastbaarder dan de vage contracten waar het in The Devil's Advocate om ging. Dat maakt deze variatie op dat thema al een stuk sterker. Het heeft trouwens ook wel iets van Donnie Brasco, maar dan zonder de gebroken knieschijven. Mooi toch? Wat zou Pacino anders moeten spelen, met zo'n imponerende uitstraling?
Matthew McConaughey is Brandon en hoewel iedereen die naast Pacino staat per definitie een bijfiguur wordt, staat hij toch aardig zijn mannetje. Brandon is ook niet iemand die heel makkelijk over zich heen laat lopen, al gaat de coaching van Walter dan heel ver.
Verder is er een belangrijke rol voor Rene Russo als de vrouw die Walter op het rechte pad probeert te houden. Tenslotte is Walter wel een ex-gokverslaafde die in een gevaarlijke branche werkt, al is hij net zo fanatiek als hij voor de verjaardag van zijn dochter een olifant wil regelen. Wat Walter wil, dat krijgt hij: "Bel het circus voor me! Hallo, met wie spreek ik, Barnum of Bailey?" Misschien ben ik wel zo enthousiast over die personages omdat ik zelf het tegenovergestelde ben, maar je maakt mij niet wijs dat jij Pacino niet goed vindt!
Zoals in iedere film heeft 'Big Al' ook deze keer weer een speech, vergelijkbaar met zijn beroemde 'God is an absentee landlord' uit The Devil's Advocate. Ik weet het, ik weet het... De man wordt voorspelbaar en zijn films lijken steeds vaker een herhaling van zetten. The Recruit uit 2003 was bijna gênant, wat dat betreft. Deze keer gaat het echter een stuk beter en de speech is briljant: Walter spreekt een groep gokverslaafden toe, legt haarscherp hun verslaving bloot en dan... oh hell, ik zeg het gewoon niet. Ga zelf kijken! En niet zeuren dat hij steeds hetzelfde kunstje doet, want ik hoor toch liever elke dag dezelfde symfonie van Beethoven dan steeds het nieuwste getoeter bij MTV. Zo simpel is dat. Now go fuck yourself, wiseguy.
Score: 8/10
Martijn Warnas