

Opera.
Hallo?
Ik dacht het wel... vanaf deze regel ben ik dus tegen mezelf aan het
praten. Bij het woord opera denkt iedereen aan dikke, blonde vrouwen in
Vikingskostuum, met gevlochten staartjes, die in het Duits of Italiaans
staan te schreeuwen. Het vervelende is: vaak klopt dat.
Toch wil ik even het volgende gezegd hebben: de Engelstalige stukken van
het duo Gilbert & Sullivan zijn weliswaar opera's, maar ze bevatten zowel
humor als schitterende, vrolijkmakende muziek. Een jaar of vier geleden
kwam ik op het Internet een paar liedjes van hen tegen en inmiddels ben
ik druk bezig met het bestuderen van hun werk. Dat houdt met name in dat
ik in de auto hardop meezing met H.M.S. Pinnafore, Pirates of Penzance
en The Gondoliers. En niet onverdienstelijk, al zeg ik het zelf. (Al
zeg je dat als enige: toen de KLM die eekhoorntjes versnipperde moet dat
ongeveer zo hebben geklonken als de geluiden die na vijven uit jouw kantoor
komen - Ed.)
Het aardige van William Gilbert en Arthur Sullivan, die aan het einde van de 19e eeuw hun beste jaren kenden, was dat ze elkaar niet bijzonder graag mochten. Gilbert was een degelijke maar eigenzinnige man die verhalen en liedteksten schreef. Sullivan, een losbol die gek was op drank en vrouwen, componeerde daar vervolgens briljante muziek voor, maar het overleg bleef altijd formeel en werd puur als werk gezien. Ze leverden de ene hit na de andere af en hun producent, Richard D'Oyly Carte, kon van de opbrengsten zelfs een speciaal theater in Londen laten bouwen: The Savoy.
Helaas kwam op een bepaald moment de klad erin. Het stuk Princess Ida
werd gezien als een herhaling van zetten, zowel wat tekst als muziek betreft.
De heren hadden daar uiteraard zwaar de pest over in en op dat moment
begint het verhaal van Topsy Turvy.
Met name Sullivan, die sukkelt met zijn gezondheid, vindt het hoog tijd
om eens iets anders aan te pakken dan al die lichtvoetige opera's en hij
zet zijn zinnen op het schrijven van een Grand Opera, oftewel een serieus
stuk. Hij weigert dan ook om Gilberts nieuwste verhaal van muziek te voorzien,
ondanks het feit dat ze beiden een contractuele verplichting hebben bij
D'Oyly Carte. Overigens klopt het dat Gilbert nog al eens in herhalingen
verviel: zo gebruikt hij in een aantal stukken een 'magisch' element in
het verhaal en ook de truuk van weeskinderen die vlak na de geboorte zijn
verwisseld en elkaar later tegenkomen wordt een aantal keer gebruikt.
(Niet dat wij daar wat van mogen zeggen, met onze talloze varianten op
'boy meets girl' of 'ruimteschip ontdekt vreemde planeet'.)
Toch vindt Gilbert, die meer oog heeft voor de zakelijk kant, dat hij
een prima verhaal heeft afgeleverd. Hij sleutelt er nog een beetje aan
om Sullivan een plezier te doen, maar weigert om het weg te gooien en
iets nieuws te schrijven.
Net als het er op gaat lijken dat er nooit meer een nieuwe Gilbert & Sullivan produktie zal komen, bezoekt Gilbert op aandringen van zijn vrouw een tentoonstelling over Japan. Hij drinkt groene thee, ziet een Kabuki-voorstelling en koop zelfs een Japans zwaard om aan de muur te hangen. Dat bezoek inspireert hem tot het schrijven van 'The Mikado', een verhaal over de minstreel Yum-Yum en zijn geliefde Nanki-Poo in het plaatsje Titipu. Wie de Engelsen een beetje kent weet dat alleen die namen al reden genoeg zijn om ze te laten huilen van de lol... Sullivan ziet er in elk geval wel brood in en zo begint de zoveelste produktie, die tot hun meest succesvolle zou gaan behoren.
Voor iemand die hun werk kent en zichzelf 'fan' noemt is deze film bijna verplicht, hoewel het verhaal niet echt aangrijpend is. Dat komt deels doordat de Victorianen vrij gereserveerde types waren, maar ook omdat de vaste spelers in het gezelschap van D'Oyly Carte over het algemeen erg onsympathiek zijn. (Dat is natuurlijk te verwachten als Mike Leigh regisseert.) Voor 'leken' maakt dat de film minder aantrekkelijk, al is het voor G&S fans hoe dan ook leuk om te zien hoe het repeteren en uitvoeren van al die stukken in zijn werk gaat. Het gaf me 'beelden' bij iets waar ik voornamelijk de geluiden van kende, al lijkt Allan Corduner (Sullivan) sprekend op Ferry de Groot en blijf ik bij Gilbert (Jim Broadbent) toch in eerste instantie aan 'Don Speekingleesh' uit Blackadder denken, ondanks het feit dat hij een BAFTA en nog twee andere awards won voor deze rol.
Jammer hoor, dat Nederlanders niet echt warm lopen voor Gilbert & Sullivan. Nee, dan Engeland, waar bijna elk dorp wel een amateurgezelschap heeft dat bezig is met het verzamelen van piratenkostuums of kimono's voor de volgende produktie. Topsy Turvy (de titel is overigens een verwijzing naar de manier waarop een journalist Gilbert 'the king of Topsy Turvydom' noemde, omdat hij in zijn verhalen altijd de boel op zijn kop zette) is daar zeer goed ontvangen. Hier draait hij slechts in tien theaters.
Ach, wat zou het aardig zijn om 'fan' te zijn van iets populairs! Om
met een kleurig sjaaltje om en een rare hoed op per touringcar naar de
Arena te kunnen om daar uit volle borst mee te zingen met 'I am the very
model of a modern Major-General', met verf op mijn gezicht en een plastic
beker vol bier in mijn handen, in het bijzijn van tienduizenden geestverwanten.
Topsy Turvy zal die droom helaas niet laten uitkomen. De film is bijzonder
knap gemaakt en bevat veel interessante details, maar hij is tamelijk
lang en door de onsympathieke karakters delft de muziek het onderspit:
de acteurs zingen uitstekend, maar ik werd vaak afgeleid door (in principe
onbelangrijke) achtergrondverhalen over hun karakters. Daar zaten ook
verhalen tussen die nooit worden afgemaakt, omdat Leigh er vanuit gaat
dat de kijker die met zijn eigen kennis aan kan vullen. Toch zal de soundtrack
een waardige aanvulling van mijn collectie worden, al is het maar omdat
die voor het grootste deel uit (licht ruisende) opnames uit de jaren '70
bestaat. (Je moet ook geen versterker kopen bij de ALDI, vrek -Ed.)
Overigens wordt wel erg verstaanbaar gezongen en ook de ondertiteling is van hoog niveau, maar populariteit in Nederland, dat zullen de stukken van Gilbert & Sullivan toch echt op eigen kracht moeten bereiken. Doe jezelf een lol en geef het eens een kans. Tip: begin met 'Pirates of Penzance'.
Score: 7/10
Martijn Warnas
Informatieve links:
Het Amsterdamse gezelschap Thalia speelt geregeld stukken van G&S, in Nederlandse vertaling. Bekijk de website voor actuele informatie en geplande voorstellingen: www.thalia-amsterdam.nl
Voor informatie over de film:
https://us.imdb.com/CommentsShow?0151568
https://www.suntimes.com/ebert/ebert_reviews/2000/01/012106.html
En voor alle mogelijke Gilbert & Sullivan informatie:
https://math.boisestate.edu/gas/
Om er 'in' te komen heb ik een liedje uit 'The Mikado' omgezet naar MP3.
Het is het nummer 'I've got a little list', waarin de beul Ko-Ko vertelt
dat hij een lijstje heeft met kandidaten voor de doodstraf, voor het geval
er een executie moet plaatsvinden als de dodencel net leeg is. Eric Idle (ja, uit Monty Python)
zong het en schreef een iets actuelere tekst voor de moderne tijd. Volg
deze link:
https://www.warnas.net/audio/list.zip