

Deze filmbespreking begint met een verplicht lesje in geschiedenis. Allemaal even je mond houden en geen briefjes doorgeven anders ga je het maar aan de conrector uitleggen. Leg die pen neer. Leg neer of ik stop 'm... goed zo.
De Cubacrisis speelde in Oktober van het jaar 1962. Je moet dus tegen de vijftig lopen om hem bewust mee te hebben gemaakt. De koude oorlog was in volle gang, maar die bestond toch voornamelijk uit wederzijds spierballen rollen en aangezien blaffende honden niet bijten lag niemand daar ernstig wakker van. Toen kwam Rusland op het idee om een aantal SS-4 kernraketten op Cuba te stationeren. Lesje aardrijkskunde: Cuba is een eiland dat vlak bij de kust van Florida ligt. Het bereik van raketten was toen nog niet zo gek ver, maar de SS-4 haalde 1500 kilometer en dat was genoeg om binnen een minuut of vijf Washington D.C. te halen.
Een Amerikaans spionagevliegtuig ontdekt op een dag dat er ruim 30 raketten op Cuba worden opgesteld. Weliswaar zijn er verder geen indicaties dat de Russen er plannen mee hebben, maar het is wel duidelijk dat dit niet zo prettig: ruim 80 miljoen Amerikanen lopen nu het risico binnen 300 seconden te veranderen in Crispy Redneck.
Weliswaar staan op datzelfde moment in Turkije Amerikaanse raketten Moskou onder schot te houden maar dat ligt natuurlijk anders. Waarom weet ik ook niet, al zou ik zelf ook geen pistool geven aan mensen die ik onder schot sta te houden. Je kunt fair play ook overdrijven, bedoel ik maar. Voor President John F. Kennedy en zijn adviseurs is het in ieder geval het een duidelijke zaak: die raketten op Cuba moeten weg.
President Kennedy krijgt van zijn militaire staf het dringende advies om de lanceerinstallaties te bombarderen zolang de raketten nog niet operationeel zijn. (Er moet nog brandstof in, sommige zijn niet APK-gekeurd, de verf is nog nat… je kent dat wel.) Zelf ziet hij dat niet zo zitten want de Russen zullen dat niet leuk vinden en voor je het weet vallen ze Berlijn binnen. Dat zal de gemiddelde Chileen een worst wezen, maar als Nederlander waardeer je het dat ze zich daar in het Witte huis zo druk om maken. Kennedy moet dus op een bepaald moment een knoop doorhakken: gaan we schieten of kunnen we het diplomatiek oplossen? Hoewel de afloop van het incident al bekend is (het is waargebeurd, mocht dat nog niet zijn doorgedrongen), levert dat een spannende en indrukwekkende film op.
Nu even over de film: we zien de gebeurtenissen door de ogen van Kenny O'Donnel (Kevin Costner), de politiek adviseur van J.F. Kennedy. Hij heeft een zeer informele verstandhouding met de president: hij jat zijn toast, scheldt hem zo af en toe eens uit en heeft dus een heleboel invloed op de gebeurtenissen. In werkelijkheid had O'Donnel een hele kleine rol in het geheel, maar dit is dan ook een film en geen documentaire. Een beetje geschiedenisleraar heeft het zo door als jij voor je mondeling alleen maar deze film hebt bekeken, denk erom. Maar net als bij de film JFK (waar Kevin Costner trouwens ook in speelde) gaat het niet om een exacte reconstructie. Het had gekund, daar gaat het om. En in ieder geval maakt het duidelijk dat de wereld tijdens die crisis door het oog van de naald is gegaan, dankzij (of ondanks) een heleboel mensen die een loodzware verantwoordelijkheid op hun schouders hadden, van politici in het Witte Huis tot de militairen aan de frontlinie.
Dit is overigens geen oorlogsfilm. We zien wel wat vliegtuigen en schepen, maar wat daar gebeurt blijft beperkt tot de belangrijkste handelingen. Er wordt veel gepraat in deze film, maar ik vond het spannend, leerzaam en overtuigend. Aan het begin was ik bang dat Costner me weer eens een langdradig onzinverhaal voor zou schotelen, maar dat viel ondanks het idiote accent waarmee hij O'Donnel neerzet (het is net Elmer Fudd) heel erg mee. Bovendien ben ik weer een beetje bijgespijkerd wat betreft de Amerikaanse geschiedenis en dat kan ook nooit kwaad. Als Discovery Channel op deze wijze documentaires ging maken, kwam ik nooit meer uit mijn stoel.
Score: 8,5/10
Martijn Warnas