

Tjongejonge, wat een zit. Eerst het verhaal maar eens doen, hebben we dat gehad: in 1873 werden twee jonge vrouwen bruut vermoord op… moet je horen, "Smuttynose island". Het zijn Noorse immigranten, waarvan de mannen een bestaan als visser proberen op te bouwen. Vissers zijn echter wel eens een nachtje van huis en als John Hondvedt eindelijk thuiskomt vindt hij twee dode schoonzussen. Zijn eigen vrouw, Maren, heeft zich in een grot weten te verschuilen voor een bijlmoordenaar. Vastberaden wijst ze naar Louis Wagner, een Duitser die onlangs bij de familie Hondvedt uit is geschopt wegens losse handjes.
Tegelijk met het verhaal van de moord in 1873 volgen we in het heden de fotojournalist Jean, die van een tijdschrift de opdracht heeft gekregen nog wat plaatjes van het eiland te schieten. Alsof er nog wat spannends te zien is aan het fundament van die vissershut. Kennelijk werkt ze voor de Amerikaanse versie van de Nieuwe Revu, ofzo.
Ze bezoekt het eiland met een zeiljacht, in gezelschap van haar man Thomas (Sean Penn), haar broer Evan en diens vriendin Adaline (Elizabeth Hurley). En hoewel ze alleen wat foto's hoeft te maken raakt ze om onduidelijke redenen geobsedeerd door de moorden. Geheel in de lijn der verwachting ontdekt ze (kennelijk voornamelijk via de informatie uit de fotokopietjes die ze bij zich heeft) dat er op het eiland heel andere dingen moeten zijn gebeurd dan in de rechtbankverslagen staat. En als kijker zien wij dat bevestigd, want het verhaal zwalkt heen en weer tussen heden en verleden. We zien hoe Maret door haar zus behoorlijk gekleineerd wordt, waarbij ook de incestueuze verhouding met haar broer een rol speelt.
In het heden gebeurt niet veel meer dan dat Jean zo fanatiek bezig is met de moorden dat haar man, een dichter nota bene, liever met de wulpse Adaline praat. Over poëzie, ook dat nog. Ik vond Sean Penn overigens overtuigender als mongool (in I Am Sam) dan als dichter. Het enige lichtpuntje is Liz Hurley als stoeipoes, al ben ik inmiddels helaas te volwassen om dat nog als een reden te zien om een film te bekijken.
The Weight Of Water is gebaseerd op een boek, geschreven door Anita Shreve. (Ik vermoed dat er op de kaft een illustratie staat van een zwaarmoedig kijkende jonge vrouw, die in haar nachtjapon door de storm rent.) De regie is van Kathryn Bigelow, een van de weinige vrouwelijke regisseurs in Hollywood. Kortom, ik ben duidelijk niet de doelgroep voor deze film. Aan de andere kant ken ik ook geen dames (en ik heb er al heel wat meegenomen naar de bioscoop, geloof me) die dit leuk zouden vinden. Het is volgens mij allemaal veel te donker en gewelddadig.
Ik kan maar beter geen cijfer geven. Een film die me vanaf het begin zo tegenstaat heeft duidelijk geen eerlijke kans gekregen, maar ik kan er met de beste wil van de wereld geen goede punten in vinden. Het verhaal van de moord is redelijk goed opgezet, maar in feite heeft de speurtocht van Jean er geen moer mee te maken. De finale, waarbij het zeiljacht in een storm terecht komt, slaat dan ook nergens op. Maar ja, aan het eind van de film begint de moordpartij en dan is het natuurlijk raar als ze op het zeiljacht nog in alle rust een flesje Bourgogne opentrekken. Daar hoort dan ook wat spektakel bij, nietwaar?
Kortom, die storm is een flauwe afleidingsmanoeuvre om te maskeren dat Jean zich druk maakt om iets wat al lang voorbij is en waar niemand nu nog belang bij heeft. Dat wordt dan nog afgeblust met een volslagen uit de lucht gegrepen visioen van Jean en toen kon ik gelukkig weer richting de warme koffie. Na 113 minuten storm is een mens daar wel aan toe. Helaas had de persdame geen dia's van Liz in badpak.
Score: n.v.t.
Martijn Warnas