

Die Bruce Willis toch. Die wordt ook steeds stoerder en zwijgzamer. Er komt een dag dat hij wel een hoofdrol krijgt, maar op de aftiteling onder het kopje 'figuranten' terecht komt. De Road Runner heeft de laatste tijd vaak meer tekst dan Bruce.
Nu is hij weer Special Navy Commander A.K. Waters. Hij heeft niet eens een voornaam. Is dat stoer of niet? Wat een Special Navy Commander is weet ik ook niet precies, maar één van de dingen die je dan moet doen is met een team de jungle in duiken om daar Amerikanen te redden. Lekker werk, als je houdt van noodrantsoenen, bloedzuigers en rommelen met camouflagestiften.
In Nigeria is een staatsgreep gaande. Of dat historisch juist is weet ik niet, maar Nigeria kennende kijk ik er niet van op. Die knakkers houden wel van een relletje. Hoe dan ook, er zijn wat Amerikanen werkzaam voor Artsen Zonder Grenzen (aldus de persmap: ik heb het geloof ik niemand horen zeggen), namelijk een vrouwelijke arts, twee verpleegsternonnen en een priester. En die arts is niet eens een échte Amerikaanse, maar een Italiaanse die met een Yank getrouwd is. Ze wordt dan ook gespeeld door Monica Belluci.
Commander Waters, die om de verwarring compleet te maken éigenlijk een Luitenant is, wordt samen met zijn team op pad gestuurd om deze vier mensen op te pikken en over de grens te escorteren voordat de koppensnellers van het nieuwe regime ze te grazen nemen. Het vinden is niet zo moeilijk, maar het meenemen levert echter een probleempje op: dokter Kendricks (Belluci) is namelijk niet van plan de 70 patiënten van haar noodhospitaaltje zomaar achter te laten. En Waters is zo gek niet of hij negeert zijn orders en neemt het hele armoedige groepje mee op sleeptouw, behalve dan degenen die te zwak zijn om te lopen. De priester en de nonnetjes blijven ook achter. Logisch, want als ze enig werkelijkheidsbesef hadden waren ze toch al niet naar Afrika gekomen. U hoort het, aan ome Warnas is geen ontwikkelingswerker verloren gegaan. Niet dat ze daar zitten te springen om filmcritici annex communicatie-consultants, maar toch.
Het verhaal zou een stuk geloofwaardiger zijn als de enige arts van het gezelschap zo slim was om door de jungle te lopen zonder voortdurend haar bloesje zo open te vouwen dat er een maximale inkijk op haar decolleté mogelijk is, maar afgezien daarvan wordt het allemaal een drama. Zo passeert de colonne een dorp waar op dat moment een paar rebellen bezig zijn een slachtpartij aan te richten, waarop Waters het niet kan laten om wéér van zijn orders af te wijken om zich er persoonlijk mee te gaan bemoeien. Dat levert een lekker stukkie film op: niks leukers dan uitgebreid toekijken hoe zo'n groepje bijlmoordenaars zelf aan flarden wordt geschoten.
Nou ja, ik geloof het verder wel. Tears Of The Sun heeft een aantal sterke punten: hij is erg spannend, hij is goed te volgen, hij heeft een heel duidelijke scheidslijn tussen goed en kwaad én het goede zegeviert. Bovendien houd ik persoonlijk erg van zware wandelingen door de jungle, met name als ik 5000 kilometer verderop in een airconditioned bioscoopzaal zit.
Er zijn ook wat zwakke plekken: zo zijn de leden van Waters' eenheid vrijwel niet uit elkaar te houden. Zal wel door die legerpakkies en die camouflageverf komen, maar het is wel lastig. Alleen de neger in het gezelschap valt goed op, maar die steekt dan ook een dramatische speech af: 'Ik voel mij zo verwant met deze mensen, als Afrikaan zijnde.' Man, zelfs die Nigerianen voelen zich niet eens verwant aan elkaar! Kijk maar hoe ze op elkaar inhakken, omdat de een een Fulani is en de ander een Ibo. En als je een voorbeeld uit het echte leven wilt hebben: Hutu's en Tutsi's zijn ook geen dikke maatjes, zo weten we inmiddels. Tijdens die speech kwam er dan ook honend gelach uit de zaal.
Verder heb ik het idee dat voor hetzelfde geld en met dezelfde acteurs best een waargebeurd verhaal gedraaid had kunnen worden, met evenveel actie. Je kunt veel zeggen over Afrika, maar niet dat er gebrek is aan schietpartijtjes en moordende bendes. Waarom dit verhaal dan weer speciaal verzonnen moest worden, ontgaat mij dan weer.
Hoe langer ik over deze film nadenk, hoe lager het cijfer wordt. Dat is niet helemaal eerlijk natuurlijk: toen ik in de zaal zat, heb ik me best vermaakt. Dan kun je een dag later wel het fileermes erbij pakken, maar op die manier kun je bijna elke film een onvoldoende geven. Ik houd het dus bij het cijfer in de rechterbovenhoek van mijn notitiepapier:
Score: 7,5/10
Martijn Warnas