

Goed, het verhaal: Catherine woonde jarenlang met haar vader in een huis. De oude professor Llewellyn was in zijn jonge jaren een wiskundig genie, maar zoals dat vaker gaat branden zulke felle kaarsen het eerste op en in zijn oude dag was Robert Llewellyn (een relatief kleine rol van Anthony Hopkins) behoorlijk de weg kwijt. Er kwamen dus nog maar weinig bezoekers over vloer, temeer daar dochter Catherine (Paltrow) ook een wiskundige en derhalve niet erg sociale inslag heeft. Excuses aan alle wis- en natuurkundigen die wel normaal zijn, maar deze film suggereert nu eenmaal een rechtstreekse correlatie tussen genialiteit en gekte. Catherine is ook niet helemaal normaal, zo laat de film ons subtiel weten: ze kan namelijk niet echt koken en ze heeft mat haar waar duidelijk nooit eens een lekkere shampoo met jojoba aan te pas is gekomen. Nogmaals: ik verzin het niet, he!
Na de dood van haar vader komt ook Claire, zus van Catherine, een paar dagen logeren om de begrafenis bij te wonen en alles te regelen. Claire woont in New York, waar alles beter en mooier is (tot de koffie aan toe) en wil het huis verkopen en haar gekke zus meenemen.
Dan is er ook nog Harold Dobbs, een voormalig student van Llewellyn. Die heeft het idee dat er tussen de meer dan honderd schriften vol idiote aantekeningen en hersenspinsels van zijn voormalig mentor nog wel eens iets waardevols zou kunnen zitten. De man had immers ook zijn heldere momenten.
Harolds geduld wordt beloond: tussen alle onzinnige verhalen over buitenaardse wezens die communiceren via catalogusnummers van de bibliotheek staat opeens een bijzonder ingewikkelde maar overduidelijke briljante theorie. Die moet zo snel mogelijk gepubliceerd worden! Maar dan beweert Catherine opeens dat het haar eigen werk is, al heeft ze in feite maar een paar maanden echt gestudeerd en zijn de aantekeningen overduidelijk in het handschrift van haar vader. Voor de omgeving is het allemaal glashelder: zo vader, zo dochter...
Een vergelijking tussen Proof en A Beautiful Mind (2001, met Russell Crowe) is onvermijdelijk, omdat ze op het eerste gezicht allebei over wiskundige types gaan die hun verstand verliezen. Toch klopt dat niet: dit is meer het verhaal van een dochter die vreest dat ze net als haar vader heel vroeg haar mentale kracht zal gaan verliezen. Ik weet spannendere onderwerpen, als ik eerlijk ben. Gelukkig hoef je niets van wiskunde te weten om deze film te kunnen volgen, maar je moet ook geen problemen hebben met trage verhalen zonder schietpartijen en achtervolgingen.
Daarnaast klopt de casting gewoon niet. Geloof me, ik heb geen probleem met het idee van vrouwelijke wetenschappers en ik heb ook niet de behoefte om Paltrow af te schilderen als iemand die alleen lieve meisjes kan neerzetten, maar deze rol speelt ze gewoon heel mat en suffig. Trouwens, ze speelt hier een meisje van 25. Dat slaat echt nergens op. In werkelijkheid is Paltrow NOG OUDER DAN IK! Haha! Ik voel me er tegenwoordig toch al zo rot onder als belangrijke karakters in een film zowaar jonger zijn dan ikzelf, maar in dit geval is het dus gewoon gelogen. (Ik ben overigens ook aanzienlijk jonger dan Brad Pitt, Tom Cruise én Keanu Reeves!)
Jake Gyllenhaal als Hal, een wiskundegenie van midden twintig, inclusief mottig baardje, klopt evenmin. Alleen Hopkins is goed op zijn plaats, al blijft hij voor mij toch altijd nog ergens Hannibal.
Ik weet het, dit zijn volslagen subjectieve oordelen. Maar ja, totdat iemand een wetenschappelijke manier heeft gevonden om feilloos uit te vogelen wat JIJ van een film zult vinden, heb je het er maar mee te doen. Proof zal bij een heleboel mensen best in de smaak vallen, maar puur voor mezelf had ik er óf wat meer actie (in de zin van mensen die hun ledematen bewegen) óf wat meer wiskunde in willen hebben. In deze vorm is Proof gewoon te vrijblijvend.
Score: 5/10
Martijn Warnas