

Plop en het Vioolavontuur is een allegorische bewerking van de oude Noorse sage over een man die uitkijkt over zee en in een steen verandert. Regisseur Matthias Temmermans, tevens verantwoordelijk voor het scenario, maakte gebruik van archetypen die in ons collectieve zielsleven verankerd zijn. Door deze emotionele checklist aan te spreken kan hij zonder onnodig voorspel meteen naar het hart van het verhaal springen, een keuze die niet iedereen zou durven maken.
Kabouter Plop (Walter de Donder, die ook schitterde als gekwelde gezagsdrager in het epische Samson & Gert) is in wezen een vermomde versie van het mannelijk patronaat, de als wijze, oudere man vermomde onderdrukker die puur vanwege zijn witte baard en zijn bedachtzame dictie anderen zijn wil oplegt. Samen met Kabouter Lui (opnieuw Chris Cauwenberghs, een veteraan in dit genre die helaas nog altijd geen oeuvreprijs heeft gekregen), de verpersoonlijking van de ongeïnteresseerde arbeidersklasse die zich liever druk maakt om een groep plebejers in het Big Brother-huis dan het kiesrecht uit te oefenen, en Kabouter Klus loopt hij door het bos.
Er is nog een vierde Kabouter, Kwebbel (Agnes de Nul). Juist door haar overduidelijk discriminerende naam staat haar aanwezigheid in schril contrast tot dit mannelijk machtsblok. Als een Evita Perron met puntmuts is zij Gaia die vanuit haar diepste oerwijsheid haar kennis wil delen, maar die telkens door mannen de mond wordt gesnoerd. Zelfs in de grime komt het standsverschil subtiel tot uitdrukking: Kwebbel heeft geen baard! Zij hoort dus niet tot het establishment.
Tijdens een wandeling naar de Melkherberg, een analogie voor het land van melk en honing, plukt het viertal bosbessen. Dit is een metafoor voor de onschuld van de jeugd en zoals Echo en Narcissus zullen kunnen bevestigen gaat zoiets nooit lang goed.
Kabouter Klus (een betweterige man, die vaak in conflict raakt met de autoriteitsfiguur maar tegelijk vanwege zijn vakkennis een onmisbaar element van deze micro-samenleving vormt) raakt in vervoering van vioolmuziek, die uit een nabijgelegen mensenhuis door het bos klinkt.
De sirene in kwestie is de jonge Anna, die repeteert voor een belangrijke voorstelling wegens het honderdjarig bestaan van haar school. Hierin zit misschien wel het meest geraffineerde stukje maatschappijkritiek uit dit 'Vioolavontuur', namelijk dat van de jeugd die gedwongen door het harnas van traditie en erflast (Anna's grootmoeder was een beroemde violiste, zoals haar tirannieke vader zelden nalaat op te merken) achterhaalde tradities voort moet zetten. Ze heeft dan ook niet voor niets een gans als huisdier: de oude Mesopotanen wisten al dat dit de aardse vorm van de god Mnemosyne (Zeus, voor de cultuurfascisten onder ons) was.
Zulke voor de hand liggende beeldspraak is normaal gesproken verdacht, omdat het wijst op een bevoogdende houding van de makers. Omdat de doelgroep van deze 'Plop-film' ergens tussen de vijf en de tien jaar is, zij het hen vergeven. Daarnaast is het natuurlijk een aardige opfrisser voor niet klassiek geschoolde ouders.
Door de nieuwsgierigheid van Kabouter Klus (Aimé Anthoni, een gewaagde keuze voor de rol aangezien deze man naar verluidt het verschil niet eens zou kennen tussen Eileithya en een pot mayonaise) laat Anna haar viool vallen en daarmee is het kader van de film definitief gezet. In een scène die rechtstreeks ontleent lijkt te zijn aan Campanadas a medianoche van Orson Welles, nemen de Kabouters aanvankelijk de benen maar komen zij 's nachts, gedreven door schuldbewustzijn en weltschmertz, weer terug.
Anna's vader blijkt te hebben gefaald in zijn pogingen de beschadigde viool te repareren. Zijn onmacht uit zich in tijdelijk verlies van bewustzijn. In dat patriarchaal interbellum zien de Kabouters hun kans schoon om de viool zélf te herstellen. Helaas blijkt één onderdeel niet direct te repareren, namelijk een van de vijf snaren (oftewel een van de vijf zuilen van het New Age-denken en uit de subtext blijkt overduidelijk dat dit 'ennui' is). Natuurlijk is het Plop, die altijd zijn kennis gebruikt om zijn kameraden mentaal te gijzelen, die weet waar een nieuwe snaar te halen is: bij Kabouter Amadeus, die ver weg in de mensenstad woont, op de zolder van een theater. Maar ja, de tijd dringt en de stad is niet alleen in metafysisch maar ook in crypto-cultureel opzicht te ver weg!
De rol van Kabouter Amadeus is verrassend genoeg voor volkszanger Frans Bauer, de bard van het lompenproletariaat. Zijn volledige naam is Johan Sebastian Wolfgang Amadeus, een speelse verwijzing naar het feit dat zijn eigen fans waarschijnlijk niet eens zullen begrijpen dat hier zowel de man van de Brandenburg concerten én de schepper van Die Zauberflöte worden aangehaald, een juxtapositie die haast Jungiaans aandoet. Kabouter Lui wordt op pad gestuurd om de missende snaar te halen en daarmee begint de film aan een verstikkende race tegen de klok waardoor je uiteindelijk naar adem snakkend de zaal zult verlaten. Denk aan de trappenscene uit Slagschip Potemkin, maar dan met de lethargische energie van Fellini's Satyricon.
Ondanks zijn Vlaamse 'roots' maakt Plop en het Vioolavontuur een goede kans om in 2006 de prijs van de Nederlandse filmkritiek te winnen en ook voor het komende Sundance-festival en in Cannes voorspelt men een prijzenregen. Mede dankzij een bijna sarcastisch kleurige en vrolijke poster en de lange en respektabele rij prequels (Plop en de kabouterschat, Plop in de wolken, Plop en de toverstaf en de cultfilm Plop en Kwispel) zal ook deze film ongetwijfeld weer zijn publiek vinden.
Score: 9/10
Joyce Roodnat