

Goed, het verhaal. Althans, het verhaal wat Andrew Lloyd Webber nog heeft overgelaten van het originele boek door Gaston Leroux (wat ik ook niet gelezen heb, geen zorgen. Ik vraag wel enige algemene ontwikkeling van mijn fans, maar negentiende-eeuwse Franse literatuur valt daar niet onder.)
In het jaar 1870, als heren nog witte handschoenen dragen en per koets naar de opera gaan, wordt in het gebouw van de Opera Garnier hard gewerkt aan een nieuwe voorstelling. Als de leading lady, een zeer wispelturige en temperamentvolle Italiaanse, voor de zoveelste keer haar vertrek aankondigt gaat haar rol naar Christine, een danseresje annex zangeresje uit het koor. Zij blijkt een stem als een engeltje te hebben, wat dan weer komt omdat ze zangles krijgt van de geheimzinnige 'Engel Der Muziek' die in het pand rondwaart.
Deze engel is eigenlijk een gruwelijk verminkte musicus die in de catacomben van het gebouw zijn domein heeft. Nou ja, gruwelijk verminkt... Dat willen de dames natuurlijk niet zien, dus vandaar dat beroemde witte maskertje waar een beetje rood geschminkt vel onder zit. De huid van de gemiddelde zestienjarige ziet er slechter uit, geloof me. Daarnaast schijn je zelfs in een kelder nog prima aan hagelwitte en gesteven overhemden te kunnen komen, om maar niet te spreken van haargel. Kortom, dat spookachtige valt nogal mee. (In de filmversie uit 1925 zat tenminste echt een monster, maar daarin werd ook aanzienlijk minder hitsig gedanst.)
Christine (soprane Emmy Rossum) is dus de protegé van de Engel, ook bekend als Het Spook, al weet ze gek genoeg amper iets van de man af. Dat het nogal een drammerig type is wordt duidelijk als het spook bij de eigenaren van de Opera Garnier een manuscript aflevert voor een nieuwe voorstelling, met daarbij de waarschuwing dat het stuk opgevoerd moet worden met Christine in de hoofdrol omdat er anders heel vervelende dingen gaan gebeuren.
Tsja, wat kan ik er van zeggen... Ik kende dit dus allemaal al. Hoe gaan die dingen: je loopt een paar dagen door Londen, je hebt inmiddels blaren óp je blaren en dan betaal je grif veertig pond voor een kaartje op rij 260, puur voor de mogelijkheid om eens even rustig te kunnen zitten. Vervolgens koopt mams de soundtrack, om die de komende vier jaar niet meer uit de autoradio te halen. Ik ken die deuntjes inmiddels dus wel zo'n beetje en deze film had mij dus ook vrijwel niets nieuws te bieden. Voor wie het verhaal echt graag ziet en hoort en voor wie het allemaal nog nieuw is, kan ik deze film echter aanbevelen. Visueel is er namelijk ontzettend veel werk van gemaakt. Daarnaast zijn er sterke ondersteunende rollen, onder meer van Miranda Richardson (madame Giry, handlanger van het Spook) en Minnie Driver, heel verrassend en knap als de Italiaanse diva die van Christine ernstige concurrentie krijgt.
Over de jeugd en de achtergrond van het Spook horen we vrijwel geen woord, terwijl dat in het boek toch een tamelijk uitgebreid verhaal moet zijn. Daarmee wordt ook verklaard waarom die man niet alleen kan zingen, maar hoe hij heeft leren goochelen en daarbij ook nog eens heel verdienstelijk kan verbouwen. Dat wordt hier echter allemaal met twee zinnetjes afgedaan, wat voor een beetje kritische kijker een bijzonder vreemd en rammelend verhaal oplevert. Ik zei al: waar haalt die man in die kelder toch die witte hemden vandaan? En hoe komt die Christine toch zo vreselijk dom en naďef? Mannen met een masker die zangles geven achter een spiegel, doe mij nou toch een lol... Maar goed, dat is meer iets om over te zeuren bij een aflevering van Inspector Morse, dat snap ik ook wel.
Met name voor wie Moulin Rouge heeft gezien en dacht: "Verrek, er is nog meer te koop dan André Rieux of Gerard Joling!" is dit een prima film. De meer geroutineerde muziekliefhebber moet vooral doen wat hij of zij leuk vindt, maar die weet ook dat dit niet meer is dan het allereerste opstapje naar echte grotemensenmuziek. En daar heb je heus niet persé zo'n verwijfde film bij nodig.
Score: 7/10
Martijn Warnas