

Weliswaar ben ik filmcriticus geworden omdat ik zo moe werd van de meningen van al die snobs die voor andere media werken, maar het blijft een wat verontrustend gevoel als je de zaal uit komt met het idee dat je een redelijk leuke film hebt gezien terwijl de rest van je concullega's groen aangelopen naar de WC holt en de persdame laten weten bij nader inzien toch geen trek te hebben in een interviewtje met de (menselijke) hoofdrolspelers...
Who Framed Roger Rabbit was misschien niet de eerste film waarin animatie en live-action werden gecombineerd, maar wel de eerste film waarin dat zo grootschalig werd aangepakt. Je zag het vroeger wel in een paar (kinder)klassiekers zoals Mary Poppins, maar zonder hulp van de computer bleek het een wel erg arbeidsintensief grapje.
Tegenwoordig helpt de computer een handje, maar toch is dit 'genre' nooit populair geworden, afgezien van een experimentje hier en daar. Denk dan met name aan Space Jam, een film met basketballer Michael Jordan in de hoofdrol. Die flopte weliswaar met name vanwege het slechte verhaal, maar maakte ook duidelijk dat zelfs cartoonkarakters geen gegarandeerde hit zijn. En dan zijn ze wel érg dure acteurs.
Jammer, want als tekenfilmfiguren ergens goed in zijn is het slapstick. En dat geldt dan met name voor de minder brave tegenpolen van Disney, namelijk de karakters uit de studio's van Warner, de Looney Tunes. Generaties groeiden (en groeien) op met Bugs Bunny, Daffy Duck, Wile E. Coyote, Yosemity Sam, Porky Pig en tientallen andere figuurtjes. Nieuwe animaties worden niet meer gemaakt, en zeker niet als het met de hand moet worden getekend en daarna voorzien van een score met een compleet orkest. Te duur…
Nou ja, gelukkig maar want de serie 'De Nieuwe Avonturen Van Tom & Jerry' (wel van Warner, maar geen Looney Tunes) is een goed voorbeeld van de rampzalige rotzooi die je krijgt als je het animeren en de muziek overlaat aan een groep Koreanen en een synthesizer. Chuck Jones, geestelijk vader van de Looney Tunes, zou zich omdraaien in zijn graf.
Looney Tunes: Back In Action mocht gelukkig wat kosten, zodat Bugs en zijn vrienden er prima uit zien en natuurgetrouw klinken. De originele stemacteurs (met name Mel Blanc) zijn weliswaar niet meer in leven, maar ik hoorde toch geen enkel versch... I say, I say listen up son, geen enkel verschil doggonnit!
De menselijke hoofdrolspelers zijn Brendan Fraser (The Mummy), Jenna Elfman (EdTV) en komiek Steve Martin. Met name Brendan is geweldig: de man heeft zich als droogkomiek annex actieheld al lang bewezen en heeft ook nu geen enkele moeite met tegenspelers (met name Daffy Duck) die tijdens de opnames onzichtbaar zijn.
Fraser speelt DJ, de zoon van een schatrijke, James Bond-achtige spion (uiteraard gespeeld door Timothy Dalton want zo'n soort film is dit) die het in het leven op eigen kracht wil redden. Het liefst zou hij stuntman worden, maar door zijn onhandigheid krijgt hij daar weinig werk in en moet hij dus de kost verdienen als beveiligingsbeambte op het studioterrein van Warner Bros.
Jenna Elfman is Kate, de Vice President van de afdeling Comedy bij Warner. Zij is verantwoordelijk voor de succesvolle films van Bugs Bunny en zijn eeuwige tegenstander Daffy. Als Daffy teveel last krijgt van sterallures en jaloezie, ontslaat ze hem op staande voet. En wie mag Daffy het terrein af zetten? Juist, DJ. Maar Daffy laat zich niet zomaar vangen en de ravage van die achtervolging kost DJ ook zijn baan. Met name deze scènes lijken meer op zo'n film uit een pretpark-attractie dan een echte speelfilm. Ik weet nu hoe dat bij u zit, maar ik vind dat een enorm pluspunt!
Hoe dan ook, DJ zit nu met Daffy aan zijn nek en Kate komt er al snel achter dat Bugs Bunny helemaal niet leuk is zonder die kwaaie eend in de buurt, dus als ze haar baan wil redden zal ze hem heel snel weer terug moeten vinden.
Hoe het verhaal verder loopt? Ach, dat doet er niet zoveel toe. Bij deze film gaat het meer om de details. Zo blijkt de ACME-corporation, waar de Coyote al die spullen bestelt om de Roadrunner mee te vangen, een groot en gevaarlijk bedrijf te zijn. Steve Martin speelt de krankzinnige directeur, die op zoek is naar een blauwe diamant. Hij krijgt daarbij hulp van karakters zoals de Coyote, de Tasmaanse Duivel, Marvin the Martian en al die andere figuren die we zo goed kennen. Timothy Dalton speelt een spion die in alles op Bond lijkt maar niet zo heet, achtervolgingen in het Louvre vinden deels plaats in bekende schilderijen zoals De Schreeuw van Monch en in Dali's The Persistence Of Memory. Verder zag ik Matthew Lillard (die briljant Shaggy speelde in de live-action versie van Scooby Doo) heel even ruzie maken met de tekenfilmversies van Shaggy en Scoob', die hem vroegen waar hij in vredesnaam mee bezig was door hun werk af te pakken!
Ook zitten er heel wat verwijzingen naar en grapjes over oude Science-fiction series in deze film, daar een klein deel zich afspeelt in het topgeheime laboratorium Area 52. (Area 51 is een afleidingsmanoeuvre, snapt u wel?) Daar zie je bijvoorbeeld Robby de Robot en de Daleks van Dr. Who voorbij komen. Kortom, een film om heel vaak op pauze te zetten of een klein stukje terug te spoelen.
Helaas, en ik zeg het niet graag, is het geen film om uitgebreid bij te schaterlachen. Misschien gebeurt er teveel tegelijk, misschien werd ik depressief van het aura van al die wit weggetrokken échte filmcritici om me heen, misschien zijn de grappen niet zo leuk: ik weet het niet. Hoewel ik persoonlijk deze film graag nog eens zal bekijken, kan ik hem niet echt warm aanbevelen. Maar hij krijgt hoe dan ook een voldoende. Laat het me weten als de mensen bij jou in de zaal wél hebben gelachen, oké? Want ik zou Looney Tunes: Back In Action graag een hoger cijfer willen geven!
Score: 6,5/10
Martijn Warnas