

België, 1932. In een veilinghuis ontstaat opschudding als ene meneer Boorman voor een partij oud papier het dertigvoudige van de marktwaarde biedt. Hij maakt zo'n stampij dat hij wordt gearresteerd en in een psychiatrische inrichting terecht komt. Zijn voormalig collega Laarmans komt aan een commissie vertellen dat Boorman niet zo gek is als hij lijkt. Hij vertelt een wonderlijk verhaal: Boorman is namelijk uitgever van het Algemeen Wereldtijdschrift en hij had de gewoonte om op slinkse wijze aan ondernemers dure abonnementen te verkopen. Een van zijn 'slachtoffers' was madam Lauwereyssen, die tekende voor niet minder dan 100.000 exemplaren, terwijl ze een smederij had met hooguit tien man personeel. De kosten brengen haar aan de rand van het faillisement en er begint een rare psychologische oorlog tussen Lauwereyssen en de door gewetensnood gekwelde Boorman.
De meesten onder u zullen dit boek van Elsschot niet gelezen hebben, vermoed ik. Het is namelijk iets dikker dan 'Het Tankschip'. In ieder geval heb ik mijn leeslijst indertijd met iets anders gevuld en aangezien ik wat Nederlandse literatuur niet verder kom dan de Bob Evers-serie en de boeken van Marten Toonder zul je mij in deze review niet op slimme vergelijkingen betrappen. Zo blanco als Tatjana Simic bij de nationale IQ-test ben ik die zaal binnengegaan en om eerlijk te zijn draaide de film toen ook al goed drie kwartier. Ja hoor eens, soms draaien er twee films tegelijk en ik kan me niet doormidden delen. (Een maat van mij is uitbener, die wil best even helpen? - Ed.) Het is overigens een recente film. Ik meld het maar even, want toen ik hoorde dat Willeke van Ammelrooy en Sylvia Kristel er in meespelen dacht ik dat ze zo'n oude softpornofilm uit de jaren zeventig opnieuw in roulatie gingen brengen. Is met Turks Fruit immers ook pas gebeurd. Maar nee, dit is nieuw!
Daar zit ik, en u met mij, natuurlijk helemaal niet op te wachten.
Nederlandse films, dat is meestal veel seks en vies doen met eten. Of
allebei tegelijk. Tot mijn aangename verbazing is het echter een
smaakvolle, erg mooi gestyleerde film geworden, waar de afdeling kostuum
en décor trots op mag zijn. Althans, de tweede helft. Het kan best zijn
dat in de eerste vijf minuten een stelletje ligt te wippen in een volle
varkenstrog, hoor. Het blijft toch een Nederlandse film. Maar ik acht de
kans klein.
Dan is er nog een klein minpuntje: behalve Vlaams en Nederlands hoor je
ook nog Frans spreken in deze film. Wat op zich niet zo'n ramp is, maar
dan wel graag met ondertiteling. Ik kan wel raden wat ze zeggen, maar ik
kom ook niet verder dan 'Comme les chiens, c'est combien?' Maar niemand
bestelde een bordje friet, dus dat schoot niet op. (Dat zinnetje heb ik
hem trouwens geleerd... - Ed.)
Het ziet er goed uit, wordt redelijk gespeeld (uitgezonderd de prestaties van Sylvia Kristel) en hoewel ik deze film persoonlijk niet direct bij een avondje stappen met een lekker blond mokkel zou inplannen, is het een geschenk uit de hemel voor luie scholieren (hoewel... het verhaal wordt niet integraal gevolgd) en een aardig bewijs dat we in Nederland best goede films kunnen maken, zolang de Belgen ons maar een beetje helpen.
Score: 8/10 (helpt elkaar, koopt Hollandse waar)
Martijn Warnas