

In het jaar 2079 is de mensheid in een oorlog verwikkeld met buitenaardse wezens. De oorzaak wordt niet verteld, maar je kunt natuurlijk niet straffeloos per satelliet opnames van Fransje Bauer en Marianne Weber het heelal in blijven sturen dus ik denk dat het zoiets was. In elk geval zijn de Centauri vast van plan ons uit te roeien en dus heeft de mensheid ferme maatregelen genomen: de belangrijkste steden zijn voorzien van een beschermende koepel en er heerst een permanente staat van beleg. Aan het hoofd van het bewind staat een Kanselier, een oorlogszuchtig vrouwtje dat in de wandelgangen smalend Big Sister wordt genoemd.
Spencer Olham is een van haar brave onderdanen: hij is de leider van een defensieproject waarbij een enorm kanon wordt ontworpen. Dat ding is bijna af, dus het is tijd voor de feestelijke ingebruikname. Olham (Gary Sinise) mag binnenkort handjes schudden met de Kanselier!
Die kans krijgt hij echter niet: een paar uur voor de ceremonie wordt hij aangesproken door Majoor Hathaway van de veiligheidsdienst en voor hij het weet ligt hij vastgebonden op een tafel. Hathaway (Vincent D'Onofrio) windt er geen doekjes om: hij beweert dat Olham geen mens is, maar een biologische robot met ingebouwde bom! En die bom moet ontploffen op het moment dat de Kanselier in de buurt is. Tot dat moment is hij volmaakt onschadelijk, want de robot weet zelf niet dat hij Spencer Olham niet is. Hij heeft immers al zijn herinneringen en doet braaf zijn werk. Ter illustratie vertoont Hathaway vervolgens een onsmakelijk filmpje van een mijnbouwingenieur die ook vervangen was door een robot, waarbij de bom wordt verwijderd. Olham zou dus niet de eerste zijn bij wie de Centauri dit kunstje hebben geflikt...
Natuurlijk protesteert Spencer tegen deze beschuldigingen. En natuurlijk gelooft niemand hem. Vlak voor ze hem open willen maken weet hij echter te ontsnappen en vanaf dat moment zit dus de hele stad achter hem aan. In de verwarring doodt hij per ongeluk zijn beste vriend en zijn vrouw gelooft hem ook niet meer. Olham heeft, kortom, een probleempje.
Het is wel erg ironisch dat ik juist bij deze film steeds dacht: "Waar doet dit me toch aan denken?" Nou, Blade Runner bijvoorbeeld. En Total Recall. En nog een heleboel andere titels, maar ik zal hier niet te bijdehand gaan doen. Bevat deze film dan zoveel jatwerk? Daar moest ik even over nadenken, maar volgens mij valt dat wel mee. We zien hier weliswaar vrijwel niets nieuws, maar dat komt misschien nog het meest omdat Impostor gebaseerd is op een boek uit 1952 van de bekende sciencefiction-auteur Philip K. Dick. Samen met een aantal tijdgenoten heeft hij de basisbeginselen van het genre geschapen, van samenlevingen met een verschil tussen rijk en arm tot het idee van menselijke klonen. Wie veel Sci-Fi 'consumeert' heeft inmiddels al zoveel ruimteschepen, futuristische steden, hologrammen, verdedigende schilden en bijbehorende onzin gezien dat hij nergens meer van op kijkt. En dat is dan ook een beetje de makke van deze film. Die moet het helemaal hebben van het verhaal en de karakters. Wat dat betreft laat Impostor het echter een beetje afweten. Regisseur Fleder wilde overbrengen hoe het moet zijn als je er van beschuldigd wordt jezelf niet te zijn (en misschien al maanden niet te zijn geweest - sorry, maar je dacht het zelf vast ook), maar dat kwam wat mij betreft niet echt over. Wel blijft het tot het laatst toe lekker spannend of Olham al dan niet een kloon van zichzelf is. Ik zat lekker mee te puzzelen en toevallig had ik gelijk, maar het bleef interessant. Afgezien van wat storende fouten in de ondertiteling is Impostor voor de liefhebber best een bioscoopkaartje waard, maar verwacht niet veel meer dan een low-budget versie van Total Recall.
Score: 7/10
Martijn Warnas