No place like it, really.Wat, nu al weg?Vanaf wanneer draait...De nieuwste staan bovenaan!Reviews sinds 1999Zoek op titel, acteur, trefwoord...Wie, Wat, Waar en Waarom?Er is nog zo veel meer!
Er was ooit ook een podcast. Klik hier
   

filmtheater DVD bioscoop bios comedy humor actie thriller drama theater kunst cultuur
Dogtown & Z-boys
Dogtown & Z-boys

Even vooraf: Z-boys spreek je uit als Zee-boys. Ik zou niet graag willen dat u voor paal staat in het wereldje van de skaters en de surfers. Dat schijnt namelijk nogal een belangrijk wereldje te zijn. Vandaar ook deze documentaire, over de opkomst van het skateboarden in de jaren '60 en '70. De voice-over is van Sean Penn en dat is een slimme zet geweest want nu weet Hollywood meteen dat je er bij écht belangrijke films altijd aan moet denken Sean Penn NOOIT de voice-over te laten doen. Hij klinkt alsof-ie een weddenschap heeft verloren.

Goed, genoeg sarcasme. Dit is nu eenmaal een documentaire en omdat ik nou toevallig geen hangplekjongere ben wil dat niet zeggen dat ik 'm meteen maar in de maling kan gaan nemen. We volgen de opkomst van het skaten via de Z-boys, een groepje surfers uit Venice Beach. Dat was in de seventies een soort achterbuurt aan zee en daarmee een paradijs voor jongens (en af en toe meisjes, al is dat altijd lastig te zien op beelden uit die periode, dankzij die rare kapsels) die graag surften. Deze Z-boys waren een team dankzij Jeff Ho, de eigenaar van een surfwinkel die hen gebruikte als een soort research- en promotieteam. Daarnaast was er een of andere fotograaf die op een unieke wijze de cultuur van deze groep in beeld bracht en er over schreef in bladen die de wereld overgingen. Ik ben zijn naam even kwijt, want dit is niet echt een film die zich leent voor gestructureerde aantekeningen. Epileptici kunnen trouwens ook beter thuisblijven, of hun helmpje vast opzetten: omdat er niet zoveel filmbeelden zijn, beweegt de camera vaak heen en weer over oude foto's. Ook zien we veel 'opgepepte' amateurbeelden.

De groep had trouwens niet alleen een eigen cultuur, maar ook een eigen territorium: ze oefenden in een eigen baai op het terrein van een vervallen pretpark, waar het levensgevaarlijk maar spectaculair surfen was. Vreemden werden er hardhandig geweerd, niet alleen omdat er slechts een 'capaciteit' van tien golven per kwartier was, maar ook omdat je een beste kans liep om te pletter te slaan op de palen van de vervallen wandelpier.

Van surfen naar skateboarden is een makkelijke stap als je bedenkt je bij allebei de sporten op een plankje staat en moeilijke bewegingen uit moet halen. Kun je goed surfen, dan is skaten makkelijk te leren. Bovendien heb je dan wat te doen als het geen weer is om op het strand rond te hangen. Nu was het skateboard in de jaren '60 al lang bekend (en voorzien van wieltjes van gebakken klei: pas in 1972 bedacht iemand wieltjes van poly-urethaan) maar de stunts die er op werden uitgevoerd waren behoorlijk truttig. De kampioenen blonken uit in handstandjes en om pionnetjes bewegen, maar meer ook niet. De Z-boys (ook wel team Zephyr genoemd, al heb ik geen idee wanneer je welke term moet gebruiken) combineerden hun surf-ervaring met het skaten en kwamen met een geheel nieuwe stijl, die ademloos werd gevolgd door jongeren in Europa. Omdat die het allemaal niet met eigen ogen konden aanschouwen, waren ze 'afhankelijk' van de magazines over skaten. Daarin werden de Z-boys een legende. Althans, dat vonden ze zelf. Dat is meteen ook een beetje zwakke plek in deze film: er wordt met bijzonder veel overgave verteld over iets wat toch voornamelijk adolescenten en hardcore-nietsnutten boeit. Golf is toch ook maar een nepsport voor snobs, al bestaat er dan een man als Tiger Woods. (En niet zeuren, want ik sla zelf ook wel eens een balletje. Ik kén dat volk niet alleen, ik bén dat volk.) Overigens is de film gemaakt door Stacy Peralta, zelf een van de Z-boys. De meesten zijn overigens goed terechtgekomen, wat misschien een geruststelling is voor wat wanhopige ouders.

Als je zelf een skater bent, is dit een interessante film. Je doet een hoop basiskennis op, zoals het feit dat de huidige halfpipes eigenlijk zijn ontstaan omdat de leden van Team Zephyr tijdens een extreem droge zomer inbraken bij huizen met een zwembad, het restantje water eruit pompten (!) en vervolgens in het bassin gingen skaten. Daar was de eigenaar trouwens zelden blij mee. De film maakt overigens geen enkel excuus: iedereen die aan het woord komt, spreekt over het skaten en surfen alsof Team Zephyr hoogstpersoonlijk verantwoordelijk was voor de maanlanding. Evenzogoed zal niemand ontkennen dat skaten een sport is en dat de leden van team Zephyr er ongelofelijk goed in waren. Toch leuk om te weten, als je weer eens achter je spelcomputer zit voor een rondje Tony Hawks Pro Skating.

Ik weet eerlijk gezegd niet of dit nu zo geslaagd is voor een avondje in de bios. Zoals gezegd is het beschikbare beeld van matige kwaliteit, behalve dan bij de interviews met een groepje middelbare heren dat duidelijk teert op vergane glorie. Als documentaire op TV durf ik het rustig een aanrader te noemen, maar om dit op het grote doek te gaan zien moet je toch echt een skater zijn. Maar stel nou dat ik dat zou zijn, hé? Dan vond ik dit geweldig.

Score: 8/10
Martijn Warnas

Alle informatie op Warnas' Movie Academy is eigendom van Warnas.net en mag niet op een andere manier worden bekeken, verspreid, geciteerd of gebruikt dan door het bezoeken van deze website, behoudens schriftelijke toestemming van de maker, te bereiken via .