

Het uitgangspunt van deze komedie is puur goud: dit is het verhaal van een kindsterretje dat op latere leeftijd geen schijn van kans meer heeft om beroemd te worden, maar niets liever zou willen. Komiek David Spade verzon het verhaal en speelt de hoofdrol.
Dickie Roberts was ooit een kindster. Zijn moeder was een mislukte actrice en besloot dat haar kind hoe dan ook wél acteur moest worden. Daarom sleepte ze hem van auditie naar auditie (ook als er eigenlijk om meisjes werd gevraagd) en zo kreeg Dickie uiteindelijk een rol in de serie The Glimmer Gang. Zijn catchphrase was, goed lezen: "That's Nucking Futs!" Haha…
Hoewel hij nu, halverwege de dertig, op straat nog steeds herkend wordt, is Dickie als volwassen acteur nooit doorgebroken. Zijn moeder wil daarom niets meer met hem te maken hebben en hoewel Dickie graag doet of hij de zoon van David Soul (Starsky uit Starsky & Hutch) is, weet hij in werkelijkheid niet wie zijn vader was.
De meeste mensen roepen hem zijn slagzin na of hebben medelijden met hem, al zijn er ook die nog geen handtekening willen als hij hij hem op een bankbiljet aanlevert. En dat is zwaar voor Dickie, die de aandacht en de glamour nog elke dag mist. Daarom heeft hij zich ook nooit op een echte baan gestort, zodat hij nu de kost moet verdienen als parkeerwacht.
Als producer Rob Reinder (geen fictief karakter, overigens) audities houdt voor een nieuwe film, weet Dickie zich daar tussen te wringen. Gek genoeg ziet Reinder hem helemaal zitten, maar toch geeft hij hem de rol niet! Reinder weet namelijk uit ervaring dat kindsterren, of in elk geval Dickie, een heel andere jeugd hebben gehad dan normale kinderen. En voor het karakter dat hij zoekt is het belangrijk dat iemand de rol speelt die een beetje snapt hoe het echte leven in elkaar zit. Iemand die weet wat een normaal gezinsleven is, hoe het voelt om met Kerstmis naar beneden te sluipen en blij te zijn met een nieuwe fiets, zoiets.
Dickie ziet dat niet als een probleem: hij is toch acteur? Dan kan hij zich toch inleven in die rol? En omdat een uitgeverij net 30.000 dollar heeft geboden voor zijn memoires, heeft hij nog budget ook. Daarom zet Dickie een advertentie voor een gastgezin waar hij kan ervaren hoe het is om normaal te zijn.
Er komen heel wat rare reacties, maar al vrij snel (dit is een film van het type 'grote stappen, snel thuis') komt Dickie terecht bij het gezin van ene George, een autoverkoper die wat cashflow-problemen heeft. Die biedt zijn gezin, bestaande uit echtgenote Grace en de kinderen Sam en Sally, aan als tijdelijke familie. Dat kan hij makkelijk doen, want zelf is hij toch zelden thuis. En zo worden Sam en zijn zusje Sally opeens opgezadeld met een oudere 'broer', die niet weet wat normaal speelgoed is en ook niet kan fietsen, maar die wel heel duidelijk maakt dat hun moeder een érg lekker ding is! Trouwens, voor moeder Grace is dit natuurlijk ook niet leuk: moet ze opeens een vent van vijfendertig in een buggy door de stad duwen!
(Even een vraag tussendoor: waarom slapen een broer en een zus in één kamer in een huis met maar liefst NEGEN ramen aan de voorkant? En waarom moet de logé daar ook nog bij?)
Natuuuuuurlijk leert Dickie uiteindelijk om zich als een normaal mens te gedragen en je ziet ook wel aankomen dat de familie omgekeerd ook van hem iets opsteekt, bijvoorbeeld bij de omgang met lastige buren, leuke buurmeisjes en pestende klasgenoten.
Er zijn heel wat gastrollen van acteurs die een soortgelijk verleden hebben: Alyssa Milano bijvoorbeeld. Zij speelt Dickies ex-vriendin en werd zelf bekend via de serie Who's The Boss. Ik zal niet de enige dertiger zijn die twintig jaar geleden smoorverliefd op haar was, of wel soms? (En die tien jaar geleden wat bijzonder interessante filmpjes van haar wist te downloaden…) De rest van de kindsterren uit deze films kennen we niet of nauwelijks in Nederland, met uitzondering van… Webster! Hem zien we terug als bokser(tje), die in een speciale Kindsterren-wedstrijd gehakt maakt van Dickie.
Het idee is dus leuk, maar de uitwerking valt zwaar tegen. De film is gemakzuchtig, om niet te zeggen lui. Dat is wat lastig over te brengen in een bespreking, maar misschien helpt dit voorbeeld: Dickie helpt zijn nieuwe 'zusje' om zich voor te bereiden op een auditie als cheerleader. Tenslotte heeft hij als acteur ook dansles gehad. Op zich is dat een leuk idee, maar het wordt afgeraffeld in precies twee scènes: in de eerste geeft hij Sally les (dat duurt ongeveer een minuut en het ook is de eerste keer dat we over Sally's ambitie horen) en de volgende scène (van maar liefst twee minuten) is meteen de auditie. Daaraan doet kennelijk maar één ander meisje mee, dat we verder nooit eerder hebben gezien. Sally doet vervolgens ook haar dansje, moeder glimt van trots, de jury applaudisseert en de violen gaan tekeer. Hoppa, afgehandeld. Op naar het volgende, hartverwarmende tafereeltje… En zo gaat dus bij vrijwel alle elementen in het verhaal. Het voelt lui en goedkoop. Bovendien, en dat is nog veel erger, is deze film gewoon niet grappig. Ik kijk weliswaar liever hiernaar dan naar de achterkant van een vliegtuigstoel, maar het scheelt niet veel.
Hoofdrolspeler David Spade is waarschijnlijk niet het juiste type voor dit soort rollen, waarin je heel snel moet kunnen overschakelen van de ene emotie naar de andere. In de recente film Along Came Polly speelt Philip Seymour Hoffman ook een voormalig kindsterretje en dat is zowat de enige rol met een grammetje diepgang in die hele film. Hoffman is namelijk een veelzijdig acteur, maar van Spade zag ik echter maar één kant, namelijk die van een kwal met een grote bek. Hij deed ook de Amerikaanse stem van Kuzco oftewel de lama in The Emperor's New Groove, in wezen precies hetzelfde type als hij hier neerzet. In die film kon de magie van Disney een hoop compenseren, maar in een live-action film gaat Spade hopeloos op zijn bek zodra hij meer moet spelen dan een suf gangstertje of een slijmbal. Dat verklaart misschien waarom Dickie het nooit gered heeft, maar het haalt deze film helaas ook erg naar beneden.
Als wij in Nederland al die gaststerren zouden herkennen (die aan het eind ook gezamenlijk een lied zingen om hun leed te klagen over dat eeuwige 'was jij niet…') zou ik er nog een voldoende voor over hebben, maar helaas is dit gewoon net niet goed genoeg voor een bioscoopkaartje. Als de DVD binnenkort in de dagverhuur ligt, kun je het echter overwegen. Alyssa is immers een lekker ding gebleven…
Score: 5,5/10
Martijn Warnas