

Ergens in een Tibetaans klooster bewaart men al generaties lang een gebedsrol. Het gebed wat daar op staat geeft degene die het uitspreekt de absolute heerschappij over de aarde. Daarom wordt het relikwie altijd beschermd door een speciaal opgeleide vechtmonnik. Als het verhaal begint, ergens in 1943, is er net een nieuwe monnik klaar met zijn opleiding. Dat komt goed uit, want vijf minuten nadat hij de officiële bewaker is geworden, wordt het klooster bestormd door een bataljon Duitsers, waarvan de commandant bijzonder geïnteresseerd is in de gebedsrol.
De Monnik (die geen naam heeft en die ik voor het gemak dan maar Monk ga noemen) slaagt er in de rol te beschermen en duikt zestig jaar later (!) op in New York. Hij is geen dag ouder geworden, wat te danken is aan de heilzame neveneffecten van zijn functie, oftewel de magische eigenschappen van dat ding. Wel wordt het hoog tijd dat hij zelf een geschikte opvolger gaat trainen. Zijn oog valt op de zakkenroller Kar, een scharrelaar die werkelijk niets weg heeft van een Tibetaanse monnik maar die wel een lekker potje kan knokken. De rest kunt u zelf in grote lijnen wel voorspellen, neem ik aan.
Monk wordt gespeeld door Chow Yun-Fat, een man die ik als acteur steeds meer ga waarderen. U kent hem misschien van The Corruptor of anders van Anna And The King of Crouching Tiger, Hidden Dragon, maar zo niet dat moet u denken aan een wat dikkere, ernstiger kijkende Jackie Chan. In deze film scoort hij heel wat punten door op het juiste moment guitig te kijken. Zijn tegenspeler, de zakkenroller, wordt vertolkt door Seann William Scott. Wie zich zijn rattenkoppie voor de geest kan halen gaat meteen twijfelen aan deze film, want hij speelt vaak bijzonder onaangename types en lijkt bepaald niet geschikt voor een 'ruwe bolster, blanke pit'-achtige rol. Dat valt gelukkig erg mee. Daarnaast staat hij zijn mannetje bij alle stunts en gevechten, wat ik ook niet van die scharrebak had verwacht.
Deze film is in alle opzichten fout. Het verhaal is fout, de personages zijn fout en hun teksten zijn al helemaal fout. En toch geeft dat niks. Want deze film weet het van zichzelf. Vrolijk stapelt het verhaal het ene cliché na het andere op elkaar. Nazi's, bizarre martelkamers, matrix-achtige gevechten (hoewel het vaak ook aan Crouching Tiger doet denken) en boeven met kortgeknipte haren en donkere zonnebrillen, het kan niet op. En voor mij werkte het: ik heb me ruim anderhalf uur uitstekend vermaakt, met name vanwege Chow Yun-Fat. Nazi's zijn ook prettige boeven voor films. Uitstekend gekleed, duidelijke doelen, lekker efficient. Ze kunnen alleen niet richten, want anders zou elk verhaal te snel afgelopen zijn. (Net als bij de Stormtroopers in Star Wars, nu ik er over nadenk.)
Bulletproof Monk is overigens gebaseerd op een stripverhaal. Dat geeft meestal al aan welk niveau je van een film kunt verwachten. Ik ken die strip natuurlijk niet en ik weet ook dat ik naar een heel slechte film heb zitten kijken, maar hij was opzettelijk slecht en toch onderhoudend. En dat moet af en toe ook eens kunnen. Voor wie klaagt dat dit hersenloos vermaak is, heeft de film overigens nog een aardig Zen-raadsel in petto: waarom zitten hotdogs per tien in een blikje, maar wordt hotdogbroodjes per acht verkocht? Ga daar maar eens over nadenken, broeder.
Score: 7/10
Martijn Warnas