

"Nou zij van Kaandorp heeft dus een nieuwe film gemaakt en die heb ik
gezien. En zij is goed joh, goed! Echt heel goed. Nu is het wel zo dat
ze die film niet zelf gemaakt heeft al zou je dat wel denken want het is
wel typisch iets wat zij zou kúnnen doen, maar dat is dus niet zo. Nee,
het is een film van Irma van Achten en die heeft het geschreven en
geregisseerd. Zij van Kaandorp heeft wel de hoofdrol en het schijnt dus
echt een vreselijk dameskransje geweest te zijn, echt heel erg, maar het
eindresultaat is dus echt heel goed.
Dat kan ik misschien beter even uitleggen want u denkt misschien 'Got
mens, wie ben je dan wel dat je dat zomaar zegt heb je aandelen ofzo?'
Maar dat is dus niet zo. Ik heb gewoon die film gezien en aan mij is
gevraagd om te zeggen wat ik... nou ja, wat ik er dus van vind. Nou en dat
doe ik dan maar.
Maar wat ik dus dan wel weer heel erg... ja, dapper vind van mevrouw
Kaandorp is dus dat zij er helemaal niet mee zit om een ja... dat je zegt
een onvoordelige kant van zichzelf te laten zien. Helemaaaaaaal niet
bang voor. Want met name als het begint, als je Babs dus... oh wacht,
haha, nu ga ik te snel! Ja, nu ga ik te snel want u weet natuurlijk nog
helemaal niet waar het over gaat. Kijk het is dus zo dat Babs een vrouw
is van vijfendertig met een dochter van acht. En mevrouw Kaandorp speelt
dus Babs. En nu weet ik niet of ze zelf ook vijfendertig is of misschien
pas vierendertig of misschien zelfs al achtendertig, dat kan ook, dat
weet je niet, maar dat speelt ze gewoon. Kijk luister eens dat soort
dingen moet je gewoon even aannemen, want als je nou de hele tijd zit te
kijken en denkt: 'dat gaat over mevrouw Kaandorp,' dan gaat het gewoon
mis, dan gaat het fout, dan snap je er niks van. Want Babs is dus geen
cabaretrice.... cabaretiere... jeetje hoe heet dat?! Nou ja, dat is zij dus
niet al heeft zij verder dus wel sprekend iets weg van mevrouw Kaandorp.
Jaaaaa, de maniertjes enzo en dat bekkie... helemaal mevrouw Kaandorp
hoor. Ik geloof dat zij kunstschilderes is ofzoiets, in elk geval woont
ze boven een café en heeft ze duidelijk weinig geld.
En ze is een dromerig type. Met name dus haar dochter, Geert, heeft daar
wel eens last van want een kind wil wel eens met zijn moeder ontbijten
ofzo, of dat zijn moeder hem of eigenlijk dus haar in dit geval komt
ophalen van school, maar dat lukt dus nooit zo goed bij Babs want zij is
dus heel snel afgeleid omdat overal... hoe heet 't... zij ziet dus overal
mooie dingen in. En op een dag fietst ze onder een viaduct door en daar
ziet ze een nieuwe, glimmend gepoetste herenschoen. Gewoon een schoen.
En dan zie je dus dat zij daardoor meteen gefascineerd raakt en allerlei
fantasieën bedenkt van 'wie hoort daarbij' enzo en dan vergeet ze gewoon
om dat kind naar school te brengen! Dus dat kind, die kent dat wel, ja...
die heeft dat wel eerder gezien en die loopt zelf door naar school. Zou
ik ook doen als ik haar was. Ja. En dan is dat kind weg en Babs ontmoet
dan de man die daar zijn schoen verloren is, Juan Carlos. En hij is dan
een crimineel type maar zij heeft dat niet door of het kan haar niet
schelen, in elk geval gaat ze met hem lunchen en ze worden helemaal
verliefd op elkaar, echt hoteldebotelimpelstimpelstapelverliefd. Heel
mooi, eigenlijk."
Pfff... vermoeiend zeg. Ik ga weer even als mezelf verder als u het goed
vindt. De strekking van het verhaal zal nu wel ongeveer duidelijk zijn.
Als fan van Brigitte Kaandorp zou ik hoe dan ook naar deze film zijn
gegaan, maar dan in de hoop dat haar 'toneelpersonage' de hoofdrol
speelt. Dat is dus niet zo. Babs is weliswaar een chaotisch persoon,
maar van zichzelf is ze vrij rustig en bepaald niet de spraakwaterval
die Kaandorp op het toneel is. Ik vrees dat veel Kaandorp-fans met de
verkeerde verwachtingen zullen gaan kijken en ben benieuwd hoe ze zullen
reageren.
Nu speelt Kaandorp (misschien als toegift aan de fans die de
podium-Kaandorp verwachten?) wel een dubbelrol in deze film, want naast
Babs is ze ook Karla, de ordinaire zus van gangster Citroen (Victor Löw)
die zelf ook een oogje heeft op Juan Carlos (de Vlaming Michel van
Dousselaere) en de diverse smerige streken uithaalt om anderen dwars te
zitten en haar eigen zin door te zetten. Karla is juist weer te grappig
neergezet: op het podium zou dat wel een kwartiertje leuk zijn, maar als
filmkarakter kan het eigenlijk niet. Hetzelfde geldt voor Citroen, de
rechterhand van Juan Carlos. Löw speelt hem veel te overdreven. De
dochter van Babs, Geert, wordt gespeeld door Naomi Colombaioni en hoewel
ze dat prima doet komt ook haar karakter regelrecht uit de stansmachine
(instellling: dochter, slimmer dan haar moeder, complex wegens vader
onbekend, Gooise 'r'). Zulke kinderen heb ik al zo vaak gezien. Wel heel
leuk is de gastrol van Lee Towers als de man waarvan Geert denkt dat het
haar vader is. Towers heeft overigens vrijwel geen tekst. Jammer, want
die verhaallijn had nog best wat kunnen worden.
Scenario en regie zijn van Irma Achten. Kwade tongen beweren dat haar
vorige project, 'Marie Antoinette is niet dood', nauwelijks 500 stoelen
heeft gevuld en dat ze eigenlijk iets te elitair is om een film voor een
groot publiek te maken. Ik kan daar niet echt over oordelen, maar feit
is dat Achten, ongetwijfeld in nauw overleg met Kaandorp, toch een
onderhoudende film heeft gemaakt, ondanks het wat dunne verhaal en de
wel erg stereotype karakters.
Een paar dagen nadat Achten een voorstelling van Brigitte had bezocht
begon ze aan het verhaal van Babs en hoewel het aanvankelijk niet de
bedoeling was merkte ze wel dat ze het verhaal langzaam maar zeker op
Kaandorp baseerde. Kaandorp is de hoofdrol meer dan waard, maar
'typetjes' zijn al niet haar sterkste kant. Die zogenaamde buurvrouw van
haar (die ik hierboven probeerde na te doen) is ook niet veel meer dan
een extra uitvergrote versie van de onhandige neuroot die Kaandorp op
het podium neerzet. Hetzelfde geldt voor Karla in deze film. Babs zelf
lijkt volgens mij nog het meest op Brigitte zelf en dan is het niet echt
acteren meer, maar gewoon teksten uitspreken. Het feit dat Kaandorp een
beminnelijk persoon is maakt dat zoiets voor deze film geen probleem
is, al betwijfel ik of dat bij een tweede film nog werkt.
De film heeft niet overal goede kritieken gekregen. Te mager, was het
algemene oordeel. Misschien komt dat juist omdat we van Kaandorp meer
verwachten. Ook op de liedjes van Bolland en Bolland (waarvan er één een
gastrol speelt) wordt nogal gemopperd, maar Kaandorp zingt ze vakkundig
en ze dragen zeker bij aan de sfeer van de film, al verbaasde ik me over
de kwalificatie 'muzikale komedie'. Werd er echt zoveel gezongen? Dat is
me dan niet opgevallen.
Al met al is dit voor Nederlandse begrippen een prima film. Het verhaal
zou als driedelige TV-serie heel wat kijkers trekken, maar het heeft nu
eenmaal de vorm van een bioscoopfilm en dan gelden er toch wat andere
normen. Je moet echt fan van Kaandorp zijn om deze film te waarderen.
Gelukkig is half Nederland dat.
Score: 7/10
Martijn Warnas